Toepasselijk arbeidsrecht over de grenzen heen:

België, Nederland, Europa, de wereld
De voortschrijdende eenwording van de interne markt en de recente uitbreidingen van de Europese Unie leiden tot steeds meer arbeidsmobiliteit. Niet alleen ondernemingen, ook werknemers opereren steeds meer over de grenzen heen. Arbeidsvoorwaarden worden echter nog altijd vastgelegd in op nationaal recht gebaseerde individuele en collectieve arbeidsovereenkomsten. Bij een arbeidsverhouding met grensoverschrijdende elementen doet zich dan ook de vraag voor welk recht hierop van toepassing is. Het antwoord op deze vraag moet worden gezocht in een reeks van nationale, Europese en internationale juridische instrumenten. Vooral de Europese regels inzake grensoverschrijdende arbeid spelen hierbij een grote rol, zoals de bepalingen met betrekking tot het vrij verkeer van werknemers (artikel 39 EG) en het vrij verkeer van dienstverleners (artikel 49 EG). De afgeleide instrumenten, zoals Verordening 1612/68 inzake migrerende werknemers en Richtlijn 96/71 inzake gedetacheerde werknemers, bevatten specifieke regels. Daarnaast bestaan er de instrumenten van IPR, in het bijzonder het EVO-Verdrag en Verordening 593/2008 (Rome I) die vanaf eind 2009 het EVO-Verdrag zal vervangen. Ook Verordening 44/2001 (Brussel I) betreffende de rechterlijke bevoegdheid is in dit kader relevant. In een bredere globale context is er tevens de invloed die uitgaat van het recht van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), meer bepaald inzake het internationale dienstenverkeer komende van buiten de EU.
Deze opstellenbundel is het resultaat van een samenwerking tussen de onderzoeksgroep Sociaal Recht van de Universiteit Antwerpen en het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en werd gepresenteerd op een studiedag te Antwerpen op 20 maart 2009. De redactie van het boek wordt gevormd door prof. dr. Herwig Verschueren en mr.dr. Mijke Houwerzijl. Het belangrijkste doel van de bundel, waaraan zeven gezaghebbende auteurs uit de academie en de praktijk hebben meegewerkt, is om de toepassing, interpretatie en wisselwerking van de diverse rechtsinstrumenten nader toe te lichten. Hierbij is de aandacht toegespitst op de betekenis van bovengenoemde rechtsregels voor de bepaling van het toepasselijke arbeidsrecht in de praktijk. Bij recente ontwikkelingen in de wetgeving en de rechtspraak, onder meer van het Hof van Justitie, wordt uitgebreid stilgestaan. Een vraag die hierbij centraal staat, is in welke mate het Europese internemarktrecht en het Europese IPR de territoriale toepassing van het arbeidsrecht van de lidstaten op werknemers die op hun grondgebied zijn tewerkgesteld, nog waarborgen. Tevens komt de (on)mogelijkheid aan de orde om op Europees niveau transnationale arbeidsvoorwaardenvorming te reguleren, bijvoorbeeld door regels inzake het ontluikende fenomeen van de internationale cao.